Tijdens een zoektocht naar extreme plekken
waar hogere organismen nog kunnen leven, hebben wetenschappers van NASA
een verrassende ontdekking gedaan. Onder een immense plaat Antarctisch
ijs troffen zij een garnaal-achtig wezen en een kwal aan. Woensdag
worden de bevindingen officieel gepresenteerd.
De wetenschappers dachten dat 183 meter onder het
ijs, waar geen zonlicht meer kan doordringen, alleen nog enkele vormen
van microben konden bestaan. Des te groter was de verrassing toen zij
een camera tot de diepte lieten zakken en een opmerkelijk garnaal-achtig
wezentje kwam aanzwemmen dat zich vastgreep aan de kabel van de camera.
Daarnaast haalden de onderzoekers een tentakel omhoog, die naar zij
vermoedden afkomstig was van een kwal.
De videobeelden dragen mogelijk bij aan de kennis over leven in
extreem moeilijke omstandigheden. Als dit soort garnaal-achtige wezens
kan leven onder het Antarctische ijs, op een diepte van 183 meter, in
volledige duisternis en temperaturen ver onder nul, hoe is dat dan op
andere plekken, waar de elementen het leven vijandig gezind zijn? Hoe is
dat bijvoorbeeld op Europa, de steenkoude maan van Jupiter?