
Jongeren blijven vaak te lang rondlopen met depressieve
klachten. Tegen de tijd dat zij zich melden bij hulpverleners, is hun
depressie vaak al zo ver gevorderd dat die moeilijk te behandelen is.
Dat stelde vrijdag psycholoog Jeffrey Roelofs van de Universiteit
Maasricht, die onderzoek doet naar depressies bij jongeren.
Roelofs'
onderzoek, dat financieel wordt ondersteund door de Nederlandse
Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), moet leiden tot een
betere behandeling van depressieve jongeren. Aan afleiding zoeken, een
strategie die vooral jongens vaak toepassen, hebben zij niet genoeg.
Net
als volwassenen hebben jongeren baat bij cognitieve gedragstherapie,
die hun leert om te gaan met nare en stressvolle ervaringen. Maar de
behandeling moet wel beter worden afgestemd op het ontwikkelingsniveau
van de jeugdige patiënt, blijkt uit het onderzoek.
Er moet
volgens Roelofs meer aandacht komen voor de verschillende manieren
waarop jongeren nadenken over stressvolle gebeurtenissen. Sommigen
blijven bijvoorbeeld hangen in het verleden ('waarom moest mij dit
overkomen?'), terwijl anderen meer piekeren over de toekomst ('hoe moet
het nu verder met mij?''). Elke variant vergt een andere manier van
behandelen.
De bedoeling van therapie is uiteindelijk dat
depressieve jongeren hun negatieve denkwijze weten te doorbreken. Uit
het onderzoek blijkt dat zij dat ook kunnen. Maar zij moeten volgens
Roelofs ook beter leren omgaan met tegenslagen, zodat zij in het vervolg
weerbaarder zijn.
Verder ziet Roelofs, die zelf therapeut is bij
het GGZ-centrum voor kinderen en jeugdigen in Maastricht, een
belangrijke rol weggelegd voor de ouders. Het is belangrijk dat zij
belangstelling tonen voor de emotionele problemen waar hun kind mee
kampt en die ook bespreekbaar maken.
Bron: ANP